|
- De boekhouder is ziek.
- We zijn net met uw betaling bezig.
- We hebben een computerstoring gehad.
- Onze bankenveloppen waren op.
- De bank heeft een fout gemaakt.
- De schoonmaakster heeft de rekeningen weggegooid.
- Het bankrekeningnummer was niet leesbaar.
- Er is koffie over de rekening gegaan.
- We hebben de betaling van de bank terug gekregen omdat uw rekening vol stond.
- We hebben wel betaald, alleen naar een verkeerd rekeningnummer.
- De directeur moet alle betalingen tekenen en die is er nooit.
- Daar ga ik niet over. U moet mijn collega hebben en die is er niet.
- Uw banknummer wordt door onze computer veranderd.
- We zijn de code van de betaalcomputer kwijt.
- Er is bij ons ingebroken en alle rekeningen zijn gestolen.
|